Sardegna
Sardegna is een eiland als geen ander. Aan de kust tref je kristalhelder zeewater en tal van verlaten baaien. In het noorden, aan de Costa Smeralda bij Porto Cervo, is het drukker en mondainer: daar strijkt de internationale jetset neer. De steden Alghero, Nuoro en Cagliari hebben stuk voor stuk een uniek karakter – de invloed van de vele overheersers zie je duidelijk terug in de verschillende bouwstijlen. Breng vooral ook een bezoek aan de wereldberoemde Nuraghi – deze vestingwerken dateren van 1500 v. Chr. en zijn gebouwd door een volk waarvan vreemd genoeg niets meer bekend is.
Vergeet ook niet het entroterra, binnenland, te doorkruisen: de natuur is er overweldigend. Dat geldt ook voor de geur van de macchia bestaande uit o.a. rozemarijn, wilde tijm en mirte. Sta overigens niet vreemd te kijken als je de Sardijnen niet kunt volgen: ze spreken een eigen taal, het Sardo, Sardijns; voor een buitenstaander is er geen touw aan vast te knopen.
Als je verwacht dat er op dit eiland vooral vis wordt gegeten, heb je het bij het verkeerde eind. Het is juist vlees wat de Sardijnse kaart kenmerkt. Schaapherders die lang van huis waren, moesten simpel maar voedzaam kunnen eten: en dus werd er vlees geroosterd boven een knapperend houtvuur. Tijdens alle sagre, dorpsfeesten, zie je dan ook steevast geroosterd vlees geserveerd worden. Vis is echter wel met een gigantische opmars bezig: de mercato del pesce, vismarkt, in Cagliari is een waar walhalla voor de visliefhebber, het is zelfs de grootste vismarkt van Italië!
Er zijn nog twee andere producten die de eilandgrenzen achter zich hebben gelaten: Pane carasau, het flinterdunne, knapperige ‘brood’ dat je besprenkelt met olio d’oliva en zeezout en dat je bij voorkeur warm eet. Lekker als antipasto of bij de aperitivo. Andere bekend geworden producten zijn de Pecorino Romano-kaas en de likeur Mirto: deze is gemaakt van bessenstruiken die deel uitmaken van de macchia – proeven als je de kans krijgt!
